Antwoorden van de Dierenbus Speurquiz op de open dag:
1.    Dierenarts Heleen heeft een apparaat waarmee zij beelden kan maken van de binnenkant van een dier.     Hoe heet dit apparaat?
a.    Echoapparaat

2.    Wat kan dierenarts Heleen niet zien met dit apparaat?
b.    Welk voer het dier heeft gegeten.

3.    Moet je een hond tandenpoetsen? Waarom wel of niet?
       Ja, een hond kan ook tandplak krijgen. Als je dit niet weghaalt wordt het tandsteen.

4.    Dierenarts Rolf maakt vaak gebitten schoon van honden en katten. Hoeveel hoektanden heeft een hond?
b.    4

5.    Hoeveel hokken zijn er voor de dieren in de opname?
       6 hokken.

6.    In de hokken van de opname liggen bakjes met eten. Welk bakje hoort bij welk dier?
a.    Konijn
b.    Hond
c.    Hamster
d.    Kat

7.    Hoe noemen we het als een dier aan het slapen is voor een operatie?
a.    Narcose

8.    Konijntjes leven het liefst:
b.    Met een vriendje van het andere geslacht

9.    Welke soort hamsters zitten in het terrarium?
d.    Campbelli dwerghamster

10.  Hamsters vinden het leuker om te…
a.    Graven

11.  Hoe heet het kattenras van de katten die nu boven de praktijk zitten?
b.    Maine Coon

12.  Hoe noem je een mannetjeshond?
       Reu

13.  Hoe noemen we een babykat?
       Kitten

14.  Welke dieren zie je in deze plaatjes?
       Tijger en hamster
       Hond en vogel
       Hond en konijn       
       Konijn en kat

15.  Supervraag: Hoeveel denk je dat de oranje kat Mheetu weegt?
       7,190 kg

Antwoorden van de Dierenbus Microquiz op de open dag:
1.    Er is een kaartje te vinden met vier test uitslagen van de FIV en FeLV snaptest. Is de test positief of  negatief? Omcirkel het juiste antwoord. Extra: vul aan waar de test positief/negatief op FIV en/of FeLV test.
a.    Positief op FeLV.
b.    Negatief op FIV en FeLV.
c.    Positief op FIV.
d.    Positief op VIF en FeLV.

2.    Er is een kaartje te vinden met vier testuitslagen van Giardia. Is de test positief of negatief? Omcirkel het juiste antwoord.
a.    Negatief.
b.    Positief.
c.    Positief.
d.    Positief.

3.    Op kaart van de microscoopbeelden zijn vijf verschillende beelden te zien. Vul in waarvan deze microscoopbeelden zijn gemaakt.
       Extra: vul aan wat je ziet op de beelden.
a.    Urine. Cystine kristallen.
b.    Urine. Struviet kristallen.
c.    Bloed. IMHA/AHMA.
d.    Vacht. Vachtmijt.
e.    Ontlasting. Coccidia.

4.    Op de parasietenkaart zijn vier verschillende parasieten te zien. Geef aan hoe de parasiet heet en waar deze gevonden wordt.
a.    Demodex. Huid.
b.    Vlo. Huid.
c.    Giardia. Dunne darm.
d.    Oormijt. Oor.

5.    Op het aanrecht staan gelabelde potjes. Geef aan wat in elk potje zit.
a.    Eierstokken.
b.    Spoelworm.
c.    Gebit.
d.    Blaasstenen.

Er is een röntgenfoto te zien van een drachtige kat.
6.    Hoeveel kittens draagt deze kat?
        6 kittens.

7.    Hoe wordt het glas waar het microscooppreparaat op ligt genoemd?
       Objectglaasje/voorwerpglaasje/preparaatglaasje

Bij Dierenkliniek de Dierenbus voert dierenarts Heleen regelmatig echografische onderzoeken uit. Met een echo kunnen we verschillende orgaansystemen onderzoeken. In de spreekkamer laat Heleen echobeelden zien van een bepaalde casus.
8.    Wat is er te zien op de echobeelden van deze casus?
        Extra: wat zou je met deze casus aanraden?
        Blaasstenen. Operatief verwijderen en pijnstilling.